|
PR & Promotion: Anne Megens |
Onlangs werd ik uitgenodigd voor een interview in de serie "Vensterbankgesprekken" voor het programma "Margreet Dolman Begrijpt 't" van Paul Haenen. Insteek was een gesprek over mij, mijn werk als creatief producent, componist & multimediadesigner.
Deelder Totaal Loss Door Erik van den Berg | De Volkskrant In volle harmonie door Joop Leibbrand
Voor dit deel werkte Gauthier samen met Jules Deelder. Het cd-boek Totaal Loss is het tweede deel in de muziek-poëzietrilogie van componist en multimediadesigner Louis Gauthier. Eerder maakte hij met Gerrit Komrij Dansen op spijkers en het is de bedoeling dat met gedichten van Arnon Grunberg het project wordt afgesloten. De combinatie muziek en poëzie is natuurlijk geen ongebruikelijke. Gedichten worden vaak op muziek gezet en dat kan heel goed uitpakken, zowel in de klassieke muziek als in het lichtere genre, tot het cabaret aan toe. De voorbeelden zijn legio. Maar hoe beter het resultaat is, hoe populairder de verklanking wordt, hoe minder het gedicht nog ‘gedicht’ is. Het is lied geworden en daarmee iets van zichzelf kwijt. Er zijn ook dichters die de voordracht van hun gedichten alleen door muziek laten omlijsten: er klinkt een introotje, de dichter leest, piano of sax laten zich af en toe nog bescheiden horen en zorgen voor een slotakkoord. Het zou wat toevoegen, maar in de meeste gevallen is het voornamelijk overbodig, vooral als het amateuristisch wordt uitgevoerd. Gauthier pakt het in samenspraak met de dichters anders aan door het geheel als het ware tot een kunstprodukt te promoveren. Dat blijkt uit het cd-boekje dat een fraai stukje artwork is met een qua afbeeldingen en typografie opvallend design. Maar belangrijker is hoe de cd is uitgevoerd en hoe muziek en gedichten matchen. In de eerste plaats is daar natuurlijk de stem van de dichter. Er zijn meer dichters verbonden met hun eigen karakteristieke stemgeluid – Johnny van Doorn, Harry ter Balkt, Gerrit Kouwenaar, Gerrit Komrij om er maar een paar te noemen – maar zeker ook Deelder met zijn eigenzinnige manier van lezen: quasi geroutineerd, onverschillig haast, met onvervalst Rotterdam accent en in een staccato ritme dat de tekst erin hamert. Misschien kwam Gauthier wel op het idee Deelder te vragen vanwege dit gedicht: Goddank Soms zittend voor m’n platenkast hoor ik alle platen uit die kast tegelijk tot klinken gebracht Dan is het of het paradijs plots stil boven de aarde hangt en ik in een flits van deze gene wereld binnenval en één on- deelbaar monument het On- verklankbare in mij wordt verklankt [...] Rond de voordracht van Deelder heeft Gauthier muziek gecomponeerd waarop je als leek diverse kwalificaties kunt loslaten: gedurfd, modern, een mix van experimentele pop-, rock- en jazzklanken. In NRC Next sprak Bram van Dijk zelfs van een psychedelische mengelmoes. Al is het dan niet symfonisch, kakofonisch is het zeker niet, want ook oren die meer gewend zijn aan Mahler, moeten zich gewonnen geven. Er is een grote diversiteit aan geluid, maar het geheel is opvallend harmonieus en hoewel de muziek domineert, is het zeker niet zo dat de tekst verdrongen wordt. Het is knap gedaan, het onverklankbare wordt wel degelijk verklankt. Elf gedichten brengt het cd-boek, waaronder klassiekers als ‘Spartageest’ (‘Als Spartaan zijn wij geboren/ Als Spartanen sterven wij’), Op de Balkan (‘Waar ‘t bloed/ Kruipt waar ‘t/ Niet gaan kan’), Voor Ari (‘De mensen zijn goed/ De mensen zijn slecht// Maar ze gaan allen/ dezelfde weg’) en ‘Vader op zoon’: Vader op zoon We liepen door de duinen Het was een uur of vier We zagen de ochtend gloren We waren verschrikkelijk hier Er werd geen woord gesproken De stilte was genoeg We werden opnieuw geboren We waren in korte broek M’n vader en ik en m’n vader We wisten méér dan ooit dat wij dezelfde waren en die verandert nooit. Niet alleen verveelt de CD geen moment, hij wordt zelfs na een aantal keren beluisteren beter. En er zijn twee extraatjes. De eerste is dat saxofonisten Hans Dulfer en Benjamin Herman ieder aan een nummer meewerken. Het tweede is de verrassing aan het eind. Na een pauze van bijna anderhalve minuut wordt de stilte ineens verbroken en performt Deelder in een tweegesprek met zichzelf een gedicht dat de steeds herhaalde vraag stelt ‘Was jij er al toen Willem doodbleef?’ Alleen de stem van Deelder, verder geen geluid. Het werkt als een soort katharsis. Niet te snel uitzetten dus!
|